Over vogelvrouwen

 

Toen ik in 2010 langs een sloot reed en daar een reiger op één poot langs de waterkant zag staan, herkende ik hierin geen vogel maar een hooghartige, sensuele dame op een hooggehakte schoen. 
Een intrigerend beeld wat ik graag op doek wilde zetten. 

De keuze om bij de vogelvrouwen de veren niet aan de schouders te bevestigen maar juist aan de vingers is om te benadrukken dat deze vogels (evenals de hooghartige dames die ze uitbeelden) niet zachtaardig zijn, zij staan als in trance minutenlang langs de waterkant om met één enkele haal pas toe te slaan als daar een visje of ander diertje langskomt.

Zie de veren van de vogelvrouwen daarom als klauwen of lange nagels, soms zacht afgebeeld door het gebruik van donsveertjes.
De vrouwenlichamen zijn ondergeschikt aan de natuur van de vogels en worden slechts gebruikt als instrument.

In mijn beleving heeft de vogelvrouw een evolutie-sprong gemaakt van vogel naar vrouw. Sommige vogelvrouwen zijn menselijker of dierlijker dan andere. Sommigen hebben vogelkleuren, sommigen hebben meer een menselijke uitstraling. Net als bij mensen dus, de ene mens is ook dierlijker dan de andere. 

Ik schep er veel plezier in om mijn vogelvrouwen tegen verschillende achtergronden te plaatsen, dat geeft mij als kunstenaar meer vrijheid terwijl ik toch kan vasthouden aan het concept 'vogelvrouw'. 

Ook filosofische gedachten verwerk ik graag in mijn werk, zonder dat daar de nadruk op ligt, want voor mij is het beeld op zich van het grootste belang.